Net onder het oppervlak… daar wroet ik

want daar ligt nog van alles

Zou het komen doordat ik te oud word? Ik trek dit niet meer’, verzucht ik tegen Maat. Arm in arm lopen we over het opgebroken trottoir, langs de vierbaans weg en de torenflats, om een bouwput heen, op weg naar een avondje theater. Voor de laatste keer, dat voel ik. Wij blijven voortaan in ‘de provincie’.

Ik herinner me de eerste keer dat ik in Amsterdam kwam. Vijftien jaar was ik. Schoolgenootje Saskia was bij haar vader gaan wonen in de grote stad. Dacht ik. Ze bleek met vrienden een etage te huren waar iedereen sliep waar hij neerviel, stoned van de wiet en uitgeteld van de drank. Ik schrok toen ik haar zag. Ze was in een paar maanden tijd veranderd van een opstandige HAVO-alto in een skinhead, die rovend over de Albert Cuyp uitriep dat iedereen die geen Ajacied was de klere kon krijgen. Daarbij om de paar minuten dreigend dat ze links en rechts mensen in elkaar zou timmeren. In mijn ogen was ze stuk, dit was wat Amsterdam met haar gedaan had. De eerste ontmoeting met de hoofdstad was -hoewel indrukwekkend- geen best begin.

Ruim twintig jaar geleden leerde ik Rotterdam kennen, de andere hoofdstad van Nederland. Maat woonde daar. Als ik hem bezocht, verkende ik te voet de buurt. Ik deed er boodschappen en ontmoette wel tien culturen op één dag. Dat vond ik heerlijk. Het bruiste, de verhalen lagen op straat, de mensen trouwens ook. Dag en nacht leefde die stad, in tegenstelling tot Eindhoven waar ik op dat moment woonde. Ik stelde mezelf voor dat ik een appartement kocht in de metropool, midden in de nacht een tangoles nam, iedere week een buitenlands gerecht probeerde en van mijn buren een nieuwe taal leerde spreken. Het wereldse leven, de onrust, de drukte, het kwam me voor als een geweldige kans. Maar het kwam er niet van. Maat verhuisde naar Eindhoven en daarna verhuisden we samen naar een Brabants dorp. Ik ging er altijd van uit dat hij Rotterdam miste, zelfs na meer dan twintig jaar.

We hoefden er dan ook niet lang over na te denken toen we onlangs werden uitgenodigd voor een theateravond in het Nieuwe Luxor. We zouden er een paar heerlijke dagen van maken. Winkelen, slapen in een hotel en lekker eten. Lekker de bruisende stad in, een tram of een metro nemen, of de watertaxi. En bij de Ballenbar een vette hap met bier nemen. Het vooruitzicht bezorgde me enkele uren plezier. Tot ik realistischer na ging denken.
Wat te doen met de hond? En hoeveel kost dat hotel? Gaan we echt winkelen, we houden er niet eens van. Die theateravond is leuk maar zo’n lang weekend is toch wat overdreven. Weet je wat, we gaan er ’s middags naar toe en zijn rond middernacht weer thuis. De hond kan naar de oppas voor enkele uren, dat lukt wel. Dan winkelen we kort en praktisch, eten ergens en bezoeken het theater. Dat is vast ook heel gezellig. En een beetje bruisend.

Gisteren was het zover. Het was koud, we besloten overdekt te shoppen op het Zuidplein. De website beloofde een warme, sjieke shopping mall, een van de grootste van Nederland. Het was schijnbaar “…geüpgraded. Het doel was om de kwaliteit, beleving en verblijfswaarde van het winkelcentrum te verbeteren.”  En de sfeertekening erbij was prachtig. Daar konden we vast wel slagen voor een paar broeken, een overhemd en een trui. Eenmaal binnen vroeg ik me af hoe he was geweest vóór de upgrade. Als dit de sfeervolle, sjieke, verbeterde versie was, hoe was het dan ooit geweest? Het was er druk, lawaaiig en rommelig. Groepjes buitenlandse jongeren renden door de betegelde gangen achter elkaar aan. Het was er grauw en viezig. De sfeer voelde als die van een groot treinstation. In het buitenland dan, wij waren zo ongeveer de enige blanken. En onze leeftijd lag ver boven het gemiddelde. Ik liep compleet voor schut in mijn sjieke kleren, die prima geschikt waren voor het theater maar er hier om vroegen beroofd te worden. Om Maat niet te laten merken hoe teleurgesteld ik was, trok ik hem quasi opgewekt mee naar de eerste de beste modezaak. We konden sowieso proberen om voor mij een trui te vinden. En Maat wilde een bloes met lange mouwen. Maar de kledingzaken lagen vol met bomberjacks en sneakers, of waren het ‘kicksen’? En in de dameswinkels hingen voornamelijk jurken tot aan de enkel. Gebreide tunieken met lange broeken eronder. Prachtig voor mooie Afrikaanse vrouwen maar niet geschikt voor het werken in de tuin, het ophangen van de was en het voeren van telefoongesprekken aan de keukentafel, onderwijl de kat aanhalend voordat die je koffie omkopt. Kortom geen garderobe die past bij het leven van een vijftigplusser uit de provincie. De Kik, Zeeman, Action, Wibra, M&S en C&A waren duidelijk gericht op een andere doelgroep. We werden dan ook vreemd aangekeken als we een zaak binnenliepen. Wij waren hier buitenstaanders en dat voelde – hoe jammer ook – niet veilig. Tegen etenstijd waren we gefrustreerd en uitgehongerd. Het was te vroeg om naar het theater te gaan en te laat om een restaurant te zoeken. Na een veel te dure burger met veel te weinig patat daalden we weer af naar de parkeerkelder. Waar vier buitenlandse mannen ons tegemoet liepen en ik Maat dichter tegen me aan trok, ondertussen berekenend hoe ver het nog was tot de auto.

Onderweg naar het theater vanuit parkeerkelder nummer twee – te voet over het opgebroken trottoir, langs de vierbaans weg en de torenflats, om een bouwput heen, in het donker, mijn tasje zorgvuldig onder mijn jas verbergend – vroeg ik aan Maat: ‘Zou het komen doordat ik te oud word? Ik trek dit niet meer.’ Om er achter te komen dat ook hij niet meer terug wil naar de grote stad.
De bruistablet was uitgewerkt.

Volg en like deze blog

One thought on “De bruisende stad

  1. Heel herkenbaar. Goed geschreven, recht uit je ♥. Daf zijn de beste verhalen. En ja, naarmate je ouder wordt, veranderd ook je belangstelling. Leer het accepteren. Xxxx

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Wordpress Social Share Plugin powered by Ultimatelysocial