Net onder het oppervlak… daar wroet ik

want daar ligt nog van alles

Zesendertighonderd euro mevrouw, maar dan kunt u voortaan naar feestjes zonder iets te hoeven missen. Mijn moeder kijkt mij verheugd aan: doen?

Mijn moeder wordt een beetje hyper als we iets nieuws gaan kopen. Ze is drukker dan anders, vrolijker, ongeduldiger, ze loopt zelfs harder. Misschien omdat ze weer eens het huis uit is. Of misschien wel gewoon uit blijdschap omdat ze iets nieuws gaat kopen. Ze stelt zich dan ook altijd een beetje aan. Zo zuinig ze altijd is geweest, zo royaal doet ze zich voorin een winkel. Zo gaat ze er prat op om te zeggen dat ze geld genoeg heeft. Ze zegt er dan gerust bij: ‘het gaat van de erfenis van de kinderen af dus eigenlijk betalen zij het’.

Shoppen
Ik vind het heerlijk als mijn moeder vrolijk is, laat me dat voorop stellen. En winkelen met haar is gezellig, we maken altijd een stop met een kopje koffie en een tosti. Ik doe het al sinds mijn kindertijd, met mam shoppen. Mijn taak bestaat eruit dat ik de winkeljuffrouwen op afstand houd. Zij hoeven mam niet te vertellen wat haar wel of niet staat, dat weten wij zelf wel. Als een verkoopster met iets aan komt zetten, trekt mam haar neus op. ‘Wat denk jij?’ vraagt ze dan en dan moet ik nee schudden. Het is ons spelletje, we zijn er goed in.

Laatst gingen we niet voor kleding maar voor nieuwe hoorapparaten. Mam had een brief gekregen van Beter Horen. Daar stond in dat ze toe was aan nieuwe hoorapparaten en dat ze voor vergoeding in aanmerking kwam. Mijn moeder is van de generatie dat je een korting nooit mag weggooien dus we togen naar de winkel. Een jonge knul zou een hoortest afnemen en hij had nog wat vragen.
‘Wanneer vindt u dat u slecht hoort?’
‘Op een feestje als iedereen door elkaar praat’, zei mijn moeder, ‘dan kan ik het niet volgen’.
Uit de piepjes- en woordjestest -waarbij mam haar hoorapparaat uit moest laten- bleek dat ze inderdaad woorden niet goed verstond. Duh, daarom had ze hoorapparaten. Maar het jonge verkopertje vond dat ze aan nieuwe toe was.

Meeliften
Mijn moeder werd uitgenodigd te gaan zitten aan het bureau van het jonge blonde meneertje. Voor mij was er een stoel tegen de zijmuur, een psychologische truc: de focus ligt op de klant, daar mag niemand zich mee bemoeien.
Jammer dan, ik vuurde mijn vragen vanaf de zijlijn af.
‘Wordt het gehoor beter ten opzichte van haar huidige hoorapparaten? En wat gaat dat kosten?’
Een korte norse blik naar mij, daarna richtte verkopertje zich weer naar mijn moeder.
‘Goed dat u het vraagt want we hebben een bijzondere aanbieding. Het nieuwste van het nieuwste.’
Mijn moeder spitste haar oren, sloeg haar handen om haar knieën en boog zo ver mogelijk naar voren (ze had haar hoorapparaten nog niet ingedaan). Hoorde ze daar een interessante korting?
‘Maar’, vroeg ik, ‘de huidige hoorapparaten werken toch nog prima?’
Weer die geïrriteerde korte blik naar mij en de blik op mijn moeder.
‘Uw hoorapparaten zijn oud, ik kan niet garanderen dat ze nog goed werken.’
‘Wil je dat dan testen? Als ze niet meer optimaal zijn, kunnen jullie ze vast aanpassen.’
‘Dat kan niet’, was het antwoord.
‘Waarom niet?’ pareerde ik.
‘Omdat de vijf jaar om zijn’.
‘Welke vijf jaar?’
Eindelijk had ik zijn aandacht. Hij had door dat er een pitbull in de kamer was.
‘Om de vijf jaar heeft een klant recht op vervanging. Dus dan moet je nieuwe kopen.’
‘Moet? Waarom?’
‘Omdat wij dan geen service meer geven.’
‘Waarom niet?’
‘Omdat de klant dan die vergoeding krijgt en dan kunnen ze dus nieuwe betalen.’
‘Ook als de ouwe het nog prima doen?’
‘Ja’. Verkopertje kromp bij iedere vraag een beetje.
‘Waarom?’ Ik ben altijd al een waarom-kind geweest.
Lang verhaal kort: de audicien lift mee op de polisvoorwaarden van de zorgverzekeraars. Er wordt bijgehouden wanneer de hoorapparaten van een klant vijf jaar oud zijn. Dan worden er brieven verstuurd waarin wordt gesuggereerd dat het werkelijk nodig is om de hoorapparaten te vervangen. De audicien casht, de klant betaalt een forse eigen bijdrage.

Feesten
Het mannetje gaf nog niet op. Hij richtte zich weer tot mijn moeder.
‘Mevrouw, wat zou ú nou graag willen?’
‘Tja, beter horen natuurlijk, vooral als er meer mensen tegelijk praten. Kijk, mijn man is ziek en die wordt niet meer beter. En nou kom ik nergens want ik ga elke dag naar hem toe.’ Mijn moeder genoot van de aandacht van de jongeman. Hij spiegelde haar gedrag en boog zich naar haar toe, zijn blonde jongenskop kwam steeds dichterbij haar grijze coupe. Ooit een 85-jarige zien flirten? Ik kan je vertellen, cringe is een understatement. Maar daar had het mannetje geen last van, hij maakte intens oogcontact met mam en spoorde haar aan verder te vertellen.
‘Mijn man zal niet lang meer leven en dan zal ik weer uitgaan. Ja, straks ga ik weer feesten en dansen!’ Ze zat te wiebelen op haar stoel en lachte van oor tot oor. Dat ze permanent duizelig was, vergat ze even.

(Even tussendoor: op zulke momenten weet ik dat als ik achteraf tegen mijn moeder vertel wat ze allemaal heeft gezegd, dat ze het dan ontkent. Dan geneert ze zich dood.)

Ik besloot het gesprek een zakelijker kant op te sturen en vroeg nogmaals wat die nieuwe hoorapparaten te bieden hadden. Het blonde jongenskoppie draaide zich geërgerd naar me toe. Hij zei langzaam: ‘Uw moeder is mijn klant, niet u’. Mam keek me aan en trok een pruillip.
‘Wat is er? Mag ik geen nieuwe hoorapparaten?’ vroeg ze met een klein stemmetje? Nog even en de tranen en zuchten zouden komen. Ik legde haar uit dat ik meer informatie wilde. De verkoper draaide zich weer naar mam. Hij vertelde een technisch verhaal waar ze niks van begreep en ik ook niet. Wederom vroeg ik wat het kostte.
‘Het is het beste van het beste. Weet u wat? Ik bestel ze gewoon en dan laat ik het u weten als ze binnen zijn’.
‘Maar wat kost het?’
‘U hoeft pas te betalen als u ze neemt.’
‘Maar wat kost het dan?’ Deze vraag was blijkbaar lastig. Er kwamen papieren op tafel en mannetje begon te schrijven. Naam, geboortedatum, adres, type hoortoestellen. Het formulier werd naar mam toe gedraaid.
‘Als u hier tekent, zijn ze volgende week binnen’.
Inmiddels woedend zei ik dat we erover na zouden denken. Er hoefde niets besteld te worden. En bovendien wisten we nog steeds niet wat het grapje zou gaan kosten. Mijn moeder was inmiddels in opperste staat van weerstand. Ze wilde die hoorapparaten, trok het formulier naar zich toe en zette haar handtekening. En toen kwam het antwoord.
‘Zesendertighonderd euro. Maar dan kunt u voortaan naar feestjes zonder iets te hoeven missen.’
Mijn moeder keek mij verheugd aan. ‘O!’ riep ze. ‘Dan is dat het hoorapparaat dat tante Nel heeft gekocht, het beste van het beste, zei ze. Nergens naar gekeken want ze hebben geld zat. En wij ook.’
‘En hoeveel krijgt ze daarvan vergoed?’ vroeg ik.
‘Eh, niks.’

Verkopertje kuchte en mompelde iets van ‘nog niet getest’ maar dat hoorde mijn moeder niet. Bij het weggaan werd er een folder in een mapje gestopt. Het ging om toestellen die aangestuurd konden worden met een smartphone, die ze niet heeft. Je kon er contact met de tv mee maken via bluetooth, wat haar tv niet kan.

Op weg naar huis belde ik het mannetje op en ik stelde hem de volgende vraag: ‘Denk je dat mijn moeder de toestellen kan betalen?’
‘Daar ga ik vanuit’, was zijn antwoord.
‘En als dat niet kan?’
‘Dan heeft ze een probleem.’
Ik vermoed dat verkopertje inmiddels zelf een hoorprobleem heeft want de preek die ik hem gaf was niet mis te verstaan en op vol volume. Van de bestelling hebben we niets meer gehoord. We hebben inmiddels een andere audicien.

Volg en like deze blog

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Wordpress Social Share Plugin powered by Ultimatelysocial