Net onder het oppervlak… daar wroet ik

want daar ligt nog van alles

Mam had mijn vader beloofd dat hij thuis mocht blijven zolang het kon. Met de inzet van Brabant Zorg, de huisarts, de casemanager en een arsenaal aan hulpmiddelen hielden we pa overeind. Letterlijk en figuurlijk.

Gerard van Maasakkers zingt er over: ‘Van het bed naar de postoel en dan weer terug. Ligde wel goed zo? Sloapt mer gerust. Vader, ik zal oe dragen.’ (Dragen – Album Achterland). Het klinkt romantisch maar in werkelijkheid is het niet om aan te zien als je vader uit bed wordt gehesen om op de postoel gezet te worden. Alwaar hij vervolgens niets doet maar eenmaal terug in bed toegeeft aan zijn aandrang en zijn luier volpoept.
Er zit ook geen enkele romantiek in het zien aftakelen van een boom van een vent. Zien dat hij linkszijdig verlamd raakt, zijn spraak verliest, niet meer kan zitten en zich niet meer kan omdraaien in bed.
Mijn moeder zag het met verdriet aan: het was mensonwaardig wat haar man moest doormaken. Alle liefdevolle zorg en hulpmiddelen ten spijt kon zij haar belofte niet houden: pa moest naar een zorgplek. Toen we het hem vertelden, zei hij ja -het enige woord dat hij nog kon uitspreken-. Omdat het ernaar uitzag dat pap niet lang meer zou leven, kreeg hij een plek toegewezen in een hospice. Een eigen kamer waar familie en vrienden rustig afscheid konden nemen en waar de zorg gericht was op het comfortabel en pijnvrij laten verlopen van zijn laatste weken. Ik vroeg aan mijn vader of hij bediend wilde worden door de pastoor. Hij knikte nee en in een moeizame poging om te spreken, perste hij de volgende woorden eruit: ‘Ik knap wel weer op.’

Opknappen
Wij dachten niet dat het erin zat, de huisarts schreef een terminaalverklaring uit, we moesten ons voorbereiden op het afscheid. En dat afscheid nemen moest snel want pa werd inmiddels geplaagd door verschrikkelijke pijn aan zijn linkerkant en kreeg morfine toegediend. We belden schoonzus en broer in Portugal: kom alsjeblieft. Door Covid-regels zou het zeker vier dagen duren voordat ze konden reizen, ook al hadden wij hen nú nodig. Mijn schoonzus regelde dat mijn broer deze kant op kwam, ik snakte naar zijn ondersteuning.
Maar toen gebeurde er een klein wonder: pap streek door zijn haar… met zijn linkerhand. Mam zat erbij en twijfelde aan wat ze had gezien: dit kon toch niet? Maar even later deed hij het weer.
Of het nu kwam door de rust, de fantastische verzorging of de verwennerij met taartjes en dame blanches, we weten het niet. Net toen ma bedacht dat het misschien beter was om pa in slaap te brengen zodat hij geen pijn meer had, vond pa zijn kracht terug: hij draaide zich om in bed. De verpleegsters wisten niet wat ze zagen.
De dood stond bij pap voor de deur, op de drempel zogezegd. Pa heeft ‘m weggestuurd, eigenwijs als hij is.

Lach
Gisteren heb ik aan pap gevraagd op wie hij wil stemmen. We voerden een echt gesprekje, op mijn verzoek stemt hij op een vrouw. Ik heb zijn voorkeur ingevuld, hoera voor stemmen per post. Vandaag krijgt hij drie nieuwe pyjama’s, we zijn hoopvol. Of hij nog thuiskomt, weten we niet maar voor nu zijn we blij. En hij ook: hij lacht. En al doet hij dat vooralsnog alleen met de rechterkant van zijn gezicht, het is een duidelijke lach. Volgens mij denkt hij: Ik zei het toch ‘Ik knap wel weer op’.

Volg en like deze blog

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Wordpress Social Share Plugin powered by Ultimatelysocial