Net onder het oppervlak… daar wroet ik

Journalistieke blog met columns, onderzoek, recensies en maatschappelijke beschouwingen.

De merengue dans je meestal vrij dicht bij elkaar maar tussen ons in had nog een persoon kunnen dansen. Het moet voor hem lastig zijn geweest om mij te leiden maar ik hou er niet van om door onbekende mannen vastgepakt te worden. Hij had daar echter duidelijk andere gedachten over. De afstand tussen ons werd bij elke maat kleiner, tot hij zijn arm om mijn onderrug kon slaan. Ik voelde iets tegen mijn bovenbeen flappen, gatver!

Het was op een groot feest van een tweeling die vijftig werd. Er trad een band op, er was Caribisch eten en volop drank. De band speelde veel merengues en de dansvloer werd goed bezocht. Wij stonden aan de bar. Een heel kleine Surinaamse man kwam naar me toe en vroeg mij ten dans. Dat zag ik niet zo zitten maar goede opvoeding heeft mij geleerd dat een dame geen nee zegt als ze ten dans wordt gevraagd.
Met zo’n lengteverschil dans je niet lekker. Steeds als hij mij wilde laten draaien, raakte zijn arm mijn zorgvuldig gekapte haar. En bovendien vond ik het een beetje een vies mannetje waardoor ik meer bezig was met afstand houden dan met de juiste pasjes. Als hij te dichtbij kwam, duwde ik hem een beetje van mij af maar dan pakte hij mij weer steviger vast. Tot ik het zat was.
“Zeg, ik wil best met je dansen”, waarschuwde ik hem, maar niet zo”.
Oké, oké”, zei hij.

Toen de muziek stopte, liep ik naar mijn vrienden aan de bar. De danser kwam achter mij staan. Een nummer later vroeg hij mij weer ten dans. Ik stak demonstratief een sigaret op en zei: “Ik ben aan het roken”. Maar hij gaf niet op en kwam even later terug. En hoewel ik er geen zin in had, vond ik het zielig om hem te weigeren. Zo’n lelijk, klein mannetje was natuurlijk helemaal alleen. Maar ik waarschuwde hem deze keer vooraf: “Oké, ik zal met je dansen maar dan wel los.” Hij stemde toe maar het duurde nog geen minuut of hij pakte mij weer vast. En wederom voelde ik lichaamsdelen waarvan ik het bestaan niet wilde weten tegen mijn bovenbenen aan. Ruw duwde ik hem van me af.
“Hé, ik had toch gezegd los dansen. Bekijk het maar!”, zei ik boos en ik liep weg. Maar hij kwam me achterna. Bij een vriend aan de bar fluisterde ik in het oor: “Doe even alsof ik jouw vriendin ben, die vent valt me lastig.” Ook hij was een Surinamer. In het Sranang werden een paar harde woorden gewisseld. De kleine lelijkerd droop af en ik heb hem de rest van de avond niet meer gezien.

Zelfverdediging
De week daarop ging ik op bezoek bij Petrie. Zij was ook op het feest. Ik vroeg of ze zich had vermaakt.
“Wat, op dat feest? Echt niet!” zei ze. “En ik ga daar nooit meer naar toe, wat een ballentent.”
“Hoezo, het was toch gezellig?” wierp ik tegen.
“Nou, voor mij anders niet. Er was een of ander klein ventje die steeds aan mijn kont zat.”
“Ha”, lachte ik, “ik weet precies wie je bedoelt!” En ik vertelde haar over mijn dansdebacle.
“Nou, bij mij kwam hij steeds achter mij staan en dan raakte hij ‘per ongeluk’ mijn billen aan. En het ergste is: toen ik het tegen mijn man zei, lachte hij mij uit. Weet je wat hij zei?”
“Nou?”
“Dat ik die stakker zijn pleziertje moest gunnen en blij moest zijn dat mijn man niet jaloers is! Hij nam het niet eens voor mij op! We hebben de rest van de avond ruzie gehad .”

Opvoeding
Dat zette mij aan het denken. Zelf had ik een vriend ingeschakeld om mij te beschermen en Petrie had op haar man gerekend. Konden wij zelf niet van ons af slaan? Vreemd, tegen iedere andere vrouw zou ik zeggen: ‘in zijn ballen trappen’ of ‘een flinke klap in zijn gezicht, dan bindt ‘ie wel in’, maar zelf kon ik me niet redden. En Petrie blijkbaar ook niet.
“Hé Peet, als jouw dochter lastig wordt gevallen door een man, wat moet ze volgens jou dan doen?”
“In z’n ballen trappen, of gillen. En in ieder geval zeggen dat ‘ie z’n handen thuis moet houden, zo hard dat iedereen het hoort.”
“Dat vind ik nou ook, maar waarom doen we dat dan zelf niet?”
Petrie keek mij verbaasd aan.
“Tja, zo heb ik er nog niet over nagedacht. Maar eigenlijk heb je gelijk. Wij zijn twee sterke, zelfverzekerde vrouwen en we laten ons zomaar bepotelen door zo’n vies ventje. En hij was nog een kop kleiner dan wij ook. Belachelijk eigenlijk dat we ons niet verdedigden.”
“Maar jij bent psychologe, hoe verklaar je dat dan?”
Petrie dacht even na. “Opvoeding?”, vroeg ze zich hardop af.
“Ja, ik denk het ook. We hebben geleerd geen scènes te maken en vooral niet op te vallen. Maar niemand heeft ons geleerd om wél een scène te schoppen als het om onze eer gaat. We nemen het makkelijker op voor iemand anders dan voor onszelf.”

Je moeder!
Een week later kwam ik op de feestlocatie. Ik bedankte de eigenaar voor de fijne avond. Hij keek me bedenkelijk aan.
“Nou, niet alles was fijn. Mijn moeder deed de catering maar dat was ook meteen de laatste keer.”
“Hoezo?” vroeg ik, “het eten was hartstikke lekker, dat werd toch zeker door iedereen gewaardeerd? “
“Ja, dat wel”, zei hij, “maar ze is in de keuken lastig gevallen door een van de gasten. Nou, hij komt er hier in ieder geval niet meer in.”
“Wat? Haar ook al? Maar je moeder in is de zeventig! Heeft ze jou direct erbij gehaald?”
“Nee, helaas niet”, was zijn antwoord, “ze wilde geen scène schoppen.”

Samen dansen kan gelukkig ook erg leuk zijn… en onschuldig.

Volg en like deze blog

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Wordpress Social Share Plugin powered by Ultimatelysocial
error

Geniet jij van deze blog? Deel het met anderen.